Goronyosaurus

Goronyosaurus afgebeeld als een plioplatecarpine

Goronyosaurus nigeriensis is een lid van de Mosasauridae dat tijdens het late Krijt leefde in het gebied van West-Afrika.

Vondst en naamgeving

[bewerken | brontekst bewerken]

In 1925 meldde Ferenc Nopcsa mosasauriërfossielen uit het gebied van Sokoto bij Goronyo in Nigeria. In 1930 benoemde William Elgin Swinton deze als een nieuwe soort van Mosasaurus: Mosasaurus nigeriensis. Twee wervels uit dit materiaal, specimen BMNH R 5674, werden in 1982 door Beverley Halstead gekozen als het lectotype. Het werd gevonden in de Dukamajeformatie die dateert uit het late Maastrichtien.

Diagram van de skeletelementen

Tussen 1969 en 1971 werden twee Italiaanse expedities gehouden naar het gebied. Een daarbij gevonden vrij compleet skelet met schedel, specimen IGF 14750, werd in 1972 door Augusto Azzaroli aangewezen als het neotype van een nieuw geslacht Goronyosaurus met Mosasaurus nigeriensis als typesoort. Aangezien het typemateriaal in Londen aanwezig was, wordt de aanwijzing van een neotype vaak als ongeldig gezien, zoals in een artikel door Theagarten Lingham-Soliar uit 1988. In 1991 en 1999 beschreef Lingham-Soliar de soort opnieuw.

In 1991 wees Lingham-Soliar twee specimina, de snuit BMNH R11909 en het dentarium BMNH R11947, toe aan een Goronyosaurus sp.

Een vergelijking in grootte met een mens

Het is lastig de grootte van Goronyosaurus vast te stellen omdat IGF 14750 wellicht nog niet volgroeid was en de gevonden wervelkolom niet volledig is. Azarroli schatte de lengte op 7,8 meter extrapolerend uit de schedellengte van 71 centimeter, er kennelijk van uitgaand dat de kop zo'n negen percent van de totale lengte uitmaakt. Lingham-Soliar was daar kritisch over en stelde dat het reëler was de proporties van Tylosaurus te gebruiken wat een lengte van 5,4 meter oplevert. In ieder geval achtte hij het uitgesloten dat het om een jong ging van een al bekende soort die volwassen tot zo'n zeventien meter lengte zou uitgroeien.

Onderscheidende kenmerken

[bewerken | brontekst bewerken]

Lingham-Soliar stelde een aantal onderscheidende kenmerken vast. Het snuitdeel van de praemaxillae is klein met een brede beenbalk tussen de neusgaten. Het kanaal op de onderzijde van de voorhoofdsbeenderen is gesloten. Het uitsteeksel van het ectopterygoïde is verticaal afgeplat, twee gevorkte takken vormend. De maxillaire tanden lopen door achter de oogkas.

De snuit

Azzaroli dacht dat het jukbeen een zeer afwijkende hoge structuur vormde achter de oogkas. Lingham-Soliar was hier kritisch over en stelde dat een toevallige verbinding tussen het coronoïde van de onderkaak en het jukbeen bij het fossiel voor een enorm jukbeen aangezien was. Echt afwijkend is de robuuste beenbalk tussen de op zich erg kleine neusgaten. Die beenblak wordt overigens niet gevormd door de neusbeenderen die bij veel mosasauriden volledig gereduceerd zijn.

Een verouderde reconstructie in Italië

De premaxillaire tanden zijn robuust. Het aantal maxillaire tanden bedraagt naar schatting elf. Volgens Lingham-Soliar veranderen de achterste tanden van vorm en worden meer afgestompt wellicht om schelpen of schaaldieren te kraken. De voorste tanden staan haaks op de kaakrand en doen wat denken aan die van sommige krokodilachtigen.

Goronyosaurus werd in 1972 in een eigen Goronyosaurinae geplaatst. Dat was een groep zonder andere leden en weerspiegelde voornamelijk dat men de verwantschappen wat raadselachtig vond. Lingham-Soliar vond hem in 1988 in de Tylosaurinae maar in een kladistische analyse waarin maar één lid van de Mosasaurinae was opgenomen zodat het onmogelijk was een nauwere verwantschap met een bepaalde andere mosasaurine te vinden. In latere analyses met een ruimer aantal taxa viel Goronyosaurus vaak wel als een mosasaurine uit. Echter, Goronyosaurus blijft een problematisch taxon. Andere analyses vonden hem als een lid van de Plioplatecarpinae, in wisselende posities.

Een reconstructie als een tylosaurine
Goronyosaurus zit achter jonge plesiosauriërs aan

Het volgende kladogram toont de positie van Goronyosaurus in de evolutionaire stamboom volgens een analyse door Nick Longrich uit 2024. Hij valt meer bepaald uit in de Selmasaurini.



Tethysaurus


Plioplatecarpinae 

Russellosaurus




Yaguarasaurus columbianus




Carlile Formation plioplatecarpine




Yaguarasaurus regiomontanus




Ectenosaurus spp.




Angolasaurus




Plioplatecarpini


Selmasaurini 

Selmasaurus johnsoni




Selmasaurus russelli




Gavialimimus




Goronyosaurus



Khinjaria














Goronyosaurus leefde in het Iullemmeden-bekken, een brakke binnenzee met lagunes en zoutmoerassen in het Afrikaanse continent die volliep door de hoge temperaturen tijdens het Mesozoïcum waardoor zich geen ijskappen konden vormen en de zeespiegel hoog lag. Volgens Lingham-Soliar was het dier bezig in een "zoetwatermosasauride" te evolueren maar stierf uit door de katastrofe bij de Krijt-Paleogeengrens voordat dit proces voltooid kon worden.

  • Nopcsa, F. 1925. "On Some Reptilian Bones from the Eocene of Sokoto". Geological Survey of Nigeria. Occasional Papers 2: 1-16
  • Swinton, W.E. 1930. "On Fossil Reptilia from Sokoto Province". Bulletin of the Geological Survey of Nigeria 13: 1-56
  • Azzaroli, A.; De Guili, C.; Ficcarelli, G. & Torre, D. 1972. "An aberrant Mosasaur from the Upper Cretaceous of North-Western Nigeria". Atti della Accademia Nazionale dei Lincei. Rendiconti. Classe di Scienze Fisiche, Matematiche e Naturali. Series 8. 52(3): 398–402
  • Azzarolli, A.; De Guili, C.; Ficcarelli, G. & Torre, D. 1975. "Late Cretaceous mosasaurs from the Sokoto District, Nigeria". Atti della Accademia Nazionale dei Lincei. Memorie de la Classe di Scienze Fisiche, Matematiche e Naturali. Sezione 2. Fisica, Chimica Geologia, Paleontologia e Mineralogia. Series 8. 13(2): 21–34
  • Soliar, T. 1988. "The mosasaur Goronyosaurus from the Upper Cretaceous of Sokoto State, Nigeria". Palaeontology. 31(3): 747–762
  • Lingham-Soliar, T. 1991. "Mosasaurs from the upper Cretaceous of Niger". Palaeontology. 34: 653–670
  • Lingham-Solar, T. 1999. "A functional analysis of the skull of Goronyosaurus nigeriensis (Squamata: Mosasauridae) and its bearing on the predatory behaviour and evolution of this enigmatic taxon". Neues Jahrbuch für Geologie und Paläontologie. 213(3): 355–374