Jan Maklakiewicz | ||||
---|---|---|---|---|
![]() | ||||
Jan Maklakiewicz
gefotografeerd in maart 1932 | ||||
Volledige naam | Jan Adam Maklakiewicz | |||
Geboren | 24 november 1899 | |||
Overleden | 7 februari 1954 | |||
Land | ![]() | |||
Nevenberoep | muziekpedagoog, dirigent, organist en muziekcriticus | |||
Instrument | orgel, piano, viool, altviool | |||
Leraren | Felicjan Szopski, Leopold Binental, Roman Statkowski, Paul Dukas | |||
Leerlingen | Jerzy Tyszkowski, Antoni Szaliński, Miłosz Magin en Benedykt Konowalski | |||
(en) IMDb-profiel | ||||
(en) Discogs-profiel | ||||
(en) MusicBrainz-profiel | ||||
|
Jan Adam Maklakiewicz (Chojnata, 24 november 1899 – Warschau, 7 februari 1954) was een Pools componist, muziekpedagoog, dirigent, organist en muziekcriticus. Hij was het derde van twaalf kinderen van het echtpaar Jan en Rozalia Izbica Maklakiewicz. Twee van zijn broers, namelijk Franciszek Maklakiewicz en Tadeusz Wojciech Maklakiewicz waren eveneens componisten. Hij is de oom van de Poolse theater- en filmacteur Zdzisław Maklakiewicz.
Maklakiewicz kreeg zijn eerste muziekles (orgel, viool, altviool en piano) van zijn vader. In 1905 vertrok de hele familie naar Mszczonów waar zijn vader een aanstelling kreeg als organist en koorleider aan de parochiekerk; tegelijkertijd werd hij dirigent van het brandweer-harmonieorkest aldaar. Hij kreeg later lessen op de muziekschool "Fryderyk Chopin" in Warschau bij Felicjan Szopski, Michal Biernacki (harmonie en contrapunt) en Leopold Binental (viool). Van 1922 tot 1925 studeerde hij aan het conservatorium van Warschau compositie bij Roman Statkowski. Met een studiebeurs kon hij in 1926 en 1927 aan de École Normale de musique de Paris in Parijs bij Paul Dukas zijn compositiestudies voltooien.
Hij was van 1927 tot 1929 docent voor muziektheorie en koorleider aan het Helena Kijeńska-Dobkiewicz-conservatorium in Łódź. Vervolgens werd hij docent voor muziektheorie aan de Fryderyk Chopin Universiteit voor Muziek in Warschau. In 1932 werd hij eveneens organist en dirigent van het koor aan de Heilig-Kruiskerk in Warschau. Verder was hij dirigent van het koor "Znicz" van het stedelijke gasbedrijf, van het koor en het orkest van de wapen- en munitiefabriek "Fort Bema" en het jeugdkoor van de handelsacademie "Lira" aan de Universiteit van Warschau. In 1939 brandde het woonhuis van Maklakiewicz in Warschau geheel af. Daarbij werden de meeste manuscripten van zijn composities, maar ook een deel van de composities van zijn broer Franciszek Maklakiewicz vernietigd.
Als muziekcriticus was hij werkzaam voor het dagblad "Kuriera Porannego". Verder was hij in 1934 oprichter van het maandblad "Chór" van de Poolse koorfederatie.
Na de Tweede Wereldoorlog was hij van 1945 tot 1947 directeur van het concertgebouw van de Nationale Filharmonie in Krakau. In 1947 en 1948 was hij als opvolger van Andrzej Panufnik dirigent van het Filharmonisch Orkest van Warschau. Vanaf 1949 werd hij professor voor compositie, orkestratie en contrapunt aan de Staatshogeschool voor Muziek. Tot zijn belangrijkste studenten behoren Jerzy Tyszkowski, Antoni Szaliński, Miłosz Magin en Benedykt Konowalski.
Hij stierf als gevolg van een medisch verkeerde diagnose van zijn tyfus op 7 februari 1954. Hij werd postuum onderscheiden met het Officierskruis van de Poolse Orde Polonia Restituta. In Mszczonów, Krakau, Poznań en Warschau zijn straten naar hem vernoemd.
Voltooid in | titel | aktes | première | libretto | choreografie |
---|---|---|---|---|---|
1934 | Shiwohumi | ||||
1938 | Cagliostro w Warszawie (Cagliostro in Warschau) | 3 scènes | 8 januari 1947, Poznań, Staatsopera | Julian Tuwim | |
1950 | Złota kaczka | 5 scènes | 12 mei 1951, Bytom, Opera Śląska |